Zoals zoveel huidige bbq-recepten komen de “Moink-balls” uit de USA. Het is een balletje van rundergehakt en een plakje gerookt spek. Die naam? In Engelssprekende landen gebruikt men de geluiden “moo” voor een rund (het gehakt) en “oink” voor een varken (het spek). Combineer ze en je hebt “Moink”.

In Nederland worden het dan “Boeknor-ballen”. Een mooie borrelhap uit de bbq, bij een lekker glas ambachtelijk bier. Ik maak ze in de zomer, bij mij in de tuin, met een lekker glas fris witbier, maar ook in de herfst met bokbier …. en eigenlijk ook in de winter en lente. Altijd lekker, altijd een succes bij je gasten. Tsjaa, het klinkt als taal voor de stoere grillmaster, met zijn lederen schort en stevige baard, maar
zoals mijn vrouw passend opmerkte: “Eigenlijk is het gewoon een slavink in de vorm van een bal”.
Een recept lijkt mij eigenlijk onnodig. Zorg voor mooi gehakt. In de meeste recepten wordt gekozen voor rundergehakt, mijn persoonlijk voorkeur gaat uit naar halfomhalf gehakt, een combinatie van rund en varken. Koop altijd gehakt bij een goede (online) slager. Dat is veel lekkerder en –je zou het niet verwachten– goedkoper. Bij de supermarkt koop je bij het gehakt veel water en weinig vlees; een kiloknaller uit een waterkanon.
Als ik er zin in heb draai ik zelf gehakt met 60% runder- en 40% varkensgehakt. Ik maal het vrij fijn, dan blijft de bal straks mooi vast. Maak het gehakt aan met een specerijenmix naar eigen keuze. Je kunt kiezen voor een Noord-Afrikaanse variant met Ras-al- Hanout, een Tex-Mex variant, een Aziatische variant. Pas wat op met zout want er komt nog gerookt spek bij. Ik maak balletjes in de grootte van een golfbal; net te groot om in één hap op te eten. Dat leidt dan vaak interessante taferelen bij gasten.
Bekleed het balletje met gerookt spek dat niet al te dun is gesneden en zet het vast met een cocktailprikker. Eerst onder circa 100 graden 15 minuten laten garen (en eventueel roken) en dan onder hoog vuur krokant afbakken en warm serveren met een saus die past bij de kruidenmix. Warm serveren en ….. smullen maar!
Dit ‘verhaalrecept’ is geschreven door mijn vader: Fred Verhees.


Een mooi stuk Black Angus steak uit Ierland. Een tomahawk is een rib-eye waar de rib nog aan vast zit. Een centimeter of 4-5 dik, mooi dooraderd door vet. Nee, het vet niet weghalen!!!!!! Voor de smaak is dat vet van zeer groot belang. Met dat mooie Black Angus vlees is zout en peper eigenlijk genoeg. Chefkok Martijn ten Brinke van restaurant de 
Bij zo’n mooi stuk vlees is het werken met een thermometer voor de kerntemepratuur onmisbaar. In de eerste fase laten we het vlees tot circa 40 graden Celsius komen. Vervolgens halen we het vlees van het vuur en wikkelen het in aluminiumfolie.
Laat het vlees zo’n 10 minuten rusten.
Toch is ook hier het meten van de kerntemperatuur essentieel. Het is een dik stuk vlees, dus een minuut aan elke kant is zeker niet genoeg. Wij kozen voor een kerntemperatuur van 55 graden Celsius. In de klassieke termen is dan sprake van “medium rare”.
Om de steak nog wat meer smaak te geven bleven we niet op de Noord-Amerikaanse prairie, maar naar de Zuid-Amerikaanse pampa. In Argentinië wordt een steak vaak vergezeld door “chimichurri”; een saus van olijfolie, knoflook, ui, chillipeper, rood wijnazijn, verse oregano, peterselie en zout en peper. Klik
Snij vliesjes en dergelijke weg.
Bestrooi met wat grof zeezout. (Peper voegen we naderhand pas toe vanwege het feit dat de peper makkelijk verbrandt bij deze temperaturen).
Deksel dicht.

Draai om wanneer je mooie grillstrepen ziet (telkens ook een kwartslag als je mooie ‘grillruiten’ wil).
Dit stuk vlees hebben we uiteindelijk 25 minuten op de BBQ gehad: we like it raw! 

Je kan de picanha ook in dikke plakken snijden en bakken als steaks of in kleinere stukken om er een spies van te maken.

(En check even het intramusculaire vet! Heerlijk!)
Voeg eiken houtsnippers toe. We voegen ook wat blokjes onbehandeld eikenhout toe: voor langdurige rookafgifte.
Gebruik een aantal waterbakjes om de luchtvochtigheid in de barbecue te reguleren (en om tevens het vet op te vangen).


Na 3,5 uur:
Na 5 uur:
Na 5,5 uur halen wij ‘m er vanaf. Het vlees voelt ‘los’ en soepel. Temperatuur meten is niet nodig: zodra we de temperatuurmeter er in stoppen, voelt het al alsof je ‘m in zachte boter prikt.


Super sappig: aan tafel!
Mooie ‘smoke ring’. Smakelijk!

Onze brisket weegt 6,4 kg en is afkomstig van een Australisch rund, grain fed. Aangezien wij onze grote brisket gaan bereiden op een Big Green Egg Medium, moeten we er helaas voor zorgen dat hij op de juiste maat gesneden wordt. Een brisket zul je in veel gevallen nog “mooi” moeten snijden en trimmen.
Je wilt een perfecte balans in de vetlaag en we nemen ook afscheid van alle uitsteeksels die in het lange proces zeker gaan verbranden. In ons geval houdt dit in dat de brisket is geslonken van 6,4 kg naar 4,5 kg (wij moesten ook meer dan een halve kilo vlees wegsnijden om de brisket passend te krijgen).
De brisket is op maat, en ligt mooi te wachten totdat hij op kamertemperatuur komt.
Deze zorgen langdurig voor een perfecte rookafgifte en dit zal in het begin nog extra versterkt worden door rooksnippers. De temperatuur die wij aanhouden is 125 graden Celsius. Erg belangrijk is dat de brisket indirect gegaard wordt, in dit geval gebruiken we een BGE en gaat de platesetter er dus op. Op deze platesetter plaatsen we 2 aluminium druipbakjes die we vullen met warm water om de luchtvochtigheid in de BBQ hoog te houden.
Op een andere gesloten BBQ kun je dit bereiken door de kolen aan 1 kant te schuiven en direct onder de brisket de bakjes te plaatsen. Voordat de brisket op de bbq gaat, gaan we deze een hele simpele rub geven; 50% grove zwarte peper en 50% zout.
De rub mag flink aangebracht worden aangezien er ook een deel van afspoelt door het wegsmelten van het vet. De bbq is op temperatuur dus na de toevoeging van de geweekte rooksnippers kan de brisket op het rooster. De temperatuur wordt constant in de gaten gehouden en we corrigeren de luchttoevoer daar waar nodig. Tijd voor rust. Wij controleren de brisket met tussenpozes van 2,5 uur om de temperatuur en de rook zo constant mogelijk te houden.
Na 3,5 uur:
Na 6 uur
Na 7 uur
Na 9 uur.
Wanneer je de brisket controleert, zorg er dan voor dat je dit zo snel mogelijk doet aangezien de bbq altijd veel warmte verliest. Als je de bbq opent, spray dan wat vloeistof op de brisket, wij gebruiken een plantenspuit gevuld met water en hete saus. Dit is niet zozeer om smaak toe te voegen maar vooral om de buitenkant van wat vocht te voorzien. Nadat de kerntemperatuur (91 graden Celcius) bereikt is, pakken we de brisket nog even stevig in met 2 lagen aluminium folie.
Na ongeveer een half uurtje op de bbq, halen we de brisket definitief ervan af. Op dit moment heeft de brisket er precies 10 uur op gelegen. Nu laten we de brisket nog een uur rusten in een stabiele omgeving (in ons geval een lege koelbox). Na al deze moeite en het flinke wachten, is de tijd daar! Het snijden van de brisket is een bijna nerveus proces. Op dit moment is er niks meer aan te doen en kom je erachter of al je werk zijn vruchten afwerpt. We beginnen bij de platte spier en snijden dunne plakken dwars op de draad van het vlees.
Eenmaal aangekomen bij de dikkere spier draaien we het resterende stuk vlees een kwartslag en snijden we weer tegen de draad in. 

20-25 minuten in de oven: totdat hij mooi krokant is.
2. Maak ondertussen het vlees klaar voor de hamburgers volgens
Bak deze tot de gewenste kleur gewoon op hoog vuur. Liever rauwe ui? Dan moet je de ui niet bakken.
Leg vervolgens op de gloeiend hete grill en haal eraf zodra je mooie grillstrepen hebt gekregen (1 á 2 minuutjes).
6. De hamburger mag best een tikkie ‘rauw’ zijn van binnen (rundvlees). Maar bak ‘m vooral hoe jij ‘m lekker vindt.
Smakelijk eten!
1. Bak het gehakt in een ruime koekenpan. Ik gebruik meestal geen olie of boter bij gehakt: het is al vet genoeg van zichzelf. Voeg wat zout en peper toe. Bak voor zo’n 5 minuten. Verwijder overtollig vocht/vet in een zeef. Hou het vlees even apart.
Klein minuutje even bakken/roeren. Haal van het vuur.
Roer. Proef. Wat mis je nog/welke smaak komt nog niet goed naar voren? Pas de hoeveelheden eventueel aan.
Smakelijk eten!
Voeg de tomaten toe.
Snij de takjes basilicum (inclusief steeltjes) fijn en voeg toe. Verkruimel het bouillonblokje en voeg 2 glazen water (bijna een halve liter) toe.
Laat 2 uur zachtjes sudderen met de deksel er op. Zo nu en dan even roeren. Voeg een beetje water toe als je vindt dat de saus te dik wordt.
Meng. Met je handen. Ik heb de balletjes zo groot als pingpong-ballen gemaakt. Je kunt ze ook iets kleiner maken.
Tijd om de ballen te bakken. Goede anti-aanplakpan in huis? Dan heb je geen olie nodig. Vuur hoog en zorg dat de balletjes een mooi kleurtje krijgen.
Gaar hoef je ze niet te krijgen. Hou de ballen even apart.
3. Kook de rigatoni/ziti/penne niet helemaal beetgaar! (al dente). Haal sowieso 2 minuten van de kooktijd af die op de verpakking staat. De pasta gaat namelijk met saus nog een tijd de oven in waar het nog verder gaart.
Laat nu nog 15 minuutjes heel zachtjes pruttelen. Weer met de deksel op de pan. Weer zo nu en dan even roeren. Voeg nog wat zout en peper toe om de saus verder op smaak te brengen.
7. Pak een grote ovenschaal. Doe de helft van de ziti (met ballen) in de ovenschaal.
8. Verdeel nu de ricotta en mozzarella over de pasta en de ballen. Voeg ook de helft van de resterende Parmezaanse kaas toe.
Voeg nu de helft van de overgebleven saus toe.
Probeer een beetje te verdelen.
Bedek het geheel nu met aluminium folie. (De volgende dag in de oven? Dat kan. Vanaf dit punt kan het geheel in de koelkast zodra het is afgekoeld. Volgende dag bakken: half uur van te voren uit de koelkast halen en gewoon het recept verder volgen vanaf stap 9).
9. Stop de schaal in de oven (als hij echt goed is afgedekt met de folie). Bak de ziti voor 30 minuten in de oven.

Smakelijk eten! Laat je even weten wat je er van vond? Dit gerecht behoort echt tot mijn favorieten.

Op het moment dat je ziet dat de uitjes gaan verkleuren, voeg je het rundergehakt toe.
Even rul bakken. Zodra het gehakt gaar is, voeg je een eetlepel sojasaus toe. Roer goed door. Voeg nu een eetlepel suiker toe. Roer weer goed door en laat nog voor een minuutje zachtjes bakken.
3. Was de courgette even onder de kraan. Snij de schil er redelijk ruim af.
Snij nu in reepjes.
Het binnenste deel van de courgette gebruiken we niet. Hak nog een klein teentje knoflook fijn.
Bak gedurende een minuut of twee. Voeg aan het eindje een theelepel donkere sojasaus toe en mix. Doe de shiitake in een kommetje.
Wok en roer tot het geslonken is. Zet het vuur iets lager en voeg een paar drupjes sesamolie toe en een theelepel sesamzaad.
Doe dit ook weer in een kommetje.
8. Doe de ingrediënten voor de saus in een kommetje en roer goed door.
Maak er een mooi kleurenpalet van. Serveer met de saus apart zodat iedereen zelf de pittigheid kan bepalen. 


2. Rooster de komijn- en korianderzaadjes in een droge koekenpan voor een minuutje.
Plet de zaadjes fijn in een
3. Week de gedroogde pepertjes in heet water. Maak de galangal, gember, geelwortel, knoflookteentjes en sjalotjes schoon en snij in kleine stukjes. Begin met de knoflook en een flinke snuf zeezout in de vijzel. Voeg nu de ingrediënten één voor één toe; zorg er eerst voor dat je een fijne pasta hebt, voordat je het volgende ingrediënt toevoegt. Voeg ook de kemirienoten en trassie toe aan de boemboe. Snij de lomboks in stukjes en voeg deze ook toe. Vijzel weer goed tot je een fijne pasta hebt. (Je kunt ook alles in een blender gooien met een scheutje zonnebloemolie).
5. Voeg het vlees toe.
Roer en bak het vlees even goed tot het een mooi kleurtje heeft gekregen. Voeg eventueel een scheutje water toe (vooral als je erg mager vlees hebt).
Roer even goed door elkaar. Zet het vuur laag.
Op deze manier haal je alle smaak uit het citroengras. Voeg samen met de limoenblaadjes en salamblad toe aan de rendang en zet de pan op het laagste vuur.
Laat nu minstens 1,5 uur rustig inkoken (deze tijd hangt van de temperatuur af; hoe groot de vlam is). Zonder deksel. Zo nu en dan een keer roeren kan geen kwaad. Voeg het tweede blik kokosmelk pas toe als het meeste vocht is verdwenen.
Je zult merken dat de rendang ieder uur iets donkerder van kleur wordt: dat zien we graag! Na 4 uur in totaal is de rendang perfect:
Het is aan jou hoe ‘nat’ of ‘droog’ je jouw rendang wilt hebben. Is ‘ie te droog? Voeg nog een scheut water of kokosmelk toe. Als het vlees een beetje aan de lepel blijft plakken, is hij goed wat mij betreft. Even de citroenblaadjes, salamblad en sereh eruit halen en klaar is Kees!
Smakelijk!