Een goede chili olie mag niet ontbreken in jouw keuken! Het is heerlijk bij je Aziatische gerechten. Maar ook geweldig om te gebruiken in marinades of tijdens het bakken van vlees/vis/groente.
Hier lees je hoe simpel het is om je eigen heerlijke Chinese chili olie te maken.

Deze heerlijke ‘rode olie’ vind je haast overal op tafel in China. Deze aromatische olie geeft extra smaak (en een andere structuur) aan je gerecht. Het is geen super pittige olie. Binnen een handomdraai heb je je eigen chili olie gemaakt. Na het proeven hiervan, weet ik zeker dat je nooit meer een potje koopt in de winkel. Daarnaast zijn de mogelijkheden onbeperkt: je kunt oneindig variëren met de ingrediënten en hoeveelheden. Heerlijk bij je rijst- of noedelgerecht. Ik voeg het ook (bijna) altijd toe aan m´n ramen (noedelsoep). Ik kan niet meer zonder.
Wil je weten hoe je zelf een heerlijke chili olie maakt in 5 stappen? Lees snel verder en kom erachter hoe eenvoudig het is.
Ingrediënten voor je eigen chili olie:
- 1 liter zonnebloemolie
- 2 eetlepels (ongeveer 10 gram) korianderzaad
- 2 kaneelstokjes
- 6 steranijs
- 6 kardemom
- 20 gram Sichuan peperkorrels
- 5 tenen knoflook (gekneusd; schilletje hoef je er niet af te halen)
————————————-
- 100 gram Gochugaru (Koreaanse chili poeder / ‘red pepper powder’)
- 20 gram fijngemalen chili poeder
- 60 gram chili vlokken (ik heb ze zelf gemaakt door gedroogde pepers in een blender te stoppen)
- 20 gram fijn zout
- 20 gram geroosterde sesamzaadjes
- een scheut azijn
1.Stop alle ingrediënten boven de streep in een pannetje en zet op een middelmatig vuur. Zodra de olie heel zachtjes begint te borrelen, verplaats je de pan naar je kleinste gaspitje en zet je het vuur op z’n laagst. Laat de olie 45 minuten op deze manier zachtjes borrelen. Zorg dat de temperatuur tussen de 110°C en 120°C graden blijft. Je hoeft niet te roeren.
2. Verwijder de knoflook en/of kardemom als ze te bruin worden.
3. Ondertussen voeg je de andere ingrediënten toe aan een hele ruime (en hittebestendige) kom. Meng de ingedriënten onder de streep even goed. Let op: de Gochugaru is eigenlijk niet echt een poeder. Het is een stuk grover. Maar toch wordt het zo genoemd. Haal dit bij de Aziatische supermarkt: dat is vaak een stuk goedkoper. Dit zelfde poeder kun je ook perfect gebruiken om je eigen kimchi te maken (groots inslaan dus!)
4. Giet de olie na 45 minuten voorzichtig over de overige ingrediënten in de kom met gebruik van een zeef. Je zult zien dat het even flink gaat bubbelen.
5. Laat het geheel afkoelen en verdeel in potjes. Je kunt deze chili oile maanden lang bewaren (en in de koelkast nog langer). Ook leuk om als kado te geven.
Lekker bij chow mein, laksa of bijvoorbeeld dit Indiase recept (vega).
1. Bak het gehakt in een ruime koekenpan. Ik gebruik meestal geen olie of boter bij gehakt: het is al vet genoeg van zichzelf. Voeg wat zout en peper toe. Bak voor zo’n 5 minuten. Verwijder overtollig vocht/vet in een zeef. Hou het vlees even apart.
Klein minuutje even bakken/roeren. Haal van het vuur.
Roer. Proef. Wat mis je nog/welke smaak komt nog niet goed naar voren? Pas de hoeveelheden eventueel aan.
Smakelijk eten!

Ik gebruik hier een speciaal mesje voor. (Er zijn allerlei verschillende groentesnijders te vinden. Als je die niet hebt en geen zin hebt om zelf de wortel julienne te snijden, kun je er ook voor kiezen om de wortel te raspen.)
Zodra het suiker volledig is opgelost, voeg je een snuf zout toe en zet je het vuur uit. Doe de wortelreepjes in een kommetje en giet hier het azijn-suiker-mengsel bij. Laat minimaal 30 minuten afkoelen zodat de smaak goed in de wortel kan trekken.


8. Rol de twee zijkanten een beetje naar het midden. Rol nu het onderste stukje rijstvel over de ingrediënten en duw alles een beetje compact samen. Rol nu verder omhoog. Klaar.


Hak de gember fijn (of gebruik een grove rasp).
Gebruik de achterkant van een mes om de geelwortel ook even te ‘schillen/schaven’ zodat het dunne velletje er af is. Doe alle ingrediënten voor de currypasta in een vijzel of kommetje.
Meng goed door elkaar.
Voeg de stukken kip toe en bak mee voor een paar minuutjes tot ze een beetje een kleurtje krijgen.
Verwijder de zaadjes van de chilipepers en hak vervolgens de pepers fijn.
Voeg nu de tomaten, tomatenpuree en chilipepers toe samen met een kopje water (150-200 ml).
Zet het vuur laag op het moment dat het suddert.
Voorkom dat de vindaloo droog wordt. Voeg dus, als het nodig is, nog wat water of bouillon toe.

Snij de wortel in halve plakjes.
Snij de stengels bosui in dunne ringetjes.Snij de steeltjes van de koriander fijn (de blaadjes bewaar je voor bij het eten).
Hak de knoflook, gember en het pepertje fijn (verwijder eventueel de zaadjes uit de peper). Halveer de shiitake.
Na een klein minuutje voeg je ook de 5-spice-poeder en de sojasauzen.



Snij de sperziebonen schuin af. Mogen best flinke stukken blijven: halveren is prima.
3. Maak ondertussen een stukje gember en laos schoon (ongeveer de grootte van 1 á 2 dobbelstenen) en snij in plakken/stukjes. Niet te klein: je kunt ze aan het eind er uit halen; als ze hun smaak hebben afgegeven. Voeg de gember en laos toe. Bak voor een kleine 5 minuutjes rustig mee.
Bak en roer voor een paar minuutjes door.
Verpulver een maggiblokje en verspreid over het geheel.
Voeg nu 250 ml heet water toe. Doorroeren.Laat het geheel zo’n 15 minuutjes zachtjes pruttelen (met deksel). Zo nu en dan roeren en zorg dan dat zoveel mogelijk boontjes in het vocht liggen.


Voeg het ei toe en roer nog even goed door.
4. Maak twee sneeën in de banaan op de plek waar je ze eerder hebt door gesneden. Snij voorzichtig door tot de plek waar de banaan smaller wordt. Zorg ervoor dat je 3 stukken krijgt die ongeveer even dik zijn maar nog wel aan elkaar zitten. Schuif deze stukken voorzichtig wat uit elkaar.
Op deze manier creëer je meer oppervlakte (= meer knapperigheid uiteindelijk) en is de banaan eerder warm van binnen.
Leg ‘m (na wat uitlekken) voorzichtig in het andere kommetje en draai een voorzichtig om in de panko en kokosrasp en zorg ook hier weer dat de banaan overal bedekt is.
7. Bak de banaan nu een paar minuten of tot goudgeel. Besprenkel nog wat met kokosrasp.

Op het moment dat je ziet dat de uitjes gaan verkleuren, voeg je het rundergehakt toe.
Even rul bakken. Zodra het gehakt gaar is, voeg je een eetlepel sojasaus toe. Roer goed door. Voeg nu een eetlepel suiker toe. Roer weer goed door en laat nog voor een minuutje zachtjes bakken.
3. Was de courgette even onder de kraan. Snij de schil er redelijk ruim af.
Snij nu in reepjes.
Het binnenste deel van de courgette gebruiken we niet. Hak nog een klein teentje knoflook fijn.
Bak gedurende een minuut of twee. Voeg aan het eindje een theelepel donkere sojasaus toe en mix. Doe de shiitake in een kommetje.
Wok en roer tot het geslonken is. Zet het vuur iets lager en voeg een paar drupjes sesamolie toe en een theelepel sesamzaad.
Doe dit ook weer in een kommetje.
8. Doe de ingrediënten voor de saus in een kommetje en roer goed door.
Maak er een mooi kleurenpalet van. Serveer met de saus apart zodat iedereen zelf de pittigheid kan bepalen. 
Er zijn natuurlijk ontelbare varianten te vinden op deze soep. Pas het vooral aan op jouw smaak. Dat doe ik ook.
5. In een wok of kookpan bak je de currypasta met een scheutje zonnebloemolie voor een minuut of 3. Even goed doorroeren.
Laat dit nu 10 minuutjes zachtjes pruttelen.
En snij alvast wat koriander, limoen en leg een handje taugé op een bordje voor bij de soep straks. Proef de soep even. Breng eventueel verder op smaak. Vind je de soep te kruidig? Voeg nog wat bouillon of kokosmelk toe.
Smakelijk!


2. Rooster de komijn- en korianderzaadjes in een droge koekenpan voor een minuutje.
Plet de zaadjes fijn in een
3. Week de gedroogde pepertjes in heet water. Maak de galangal, gember, geelwortel, knoflookteentjes en sjalotjes schoon en snij in kleine stukjes. Begin met de knoflook en een flinke snuf zeezout in de vijzel. Voeg nu de ingrediënten één voor één toe; zorg er eerst voor dat je een fijne pasta hebt, voordat je het volgende ingrediënt toevoegt. Voeg ook de kemirienoten en trassie toe aan de boemboe. Snij de lomboks in stukjes en voeg deze ook toe. Vijzel weer goed tot je een fijne pasta hebt. (Je kunt ook alles in een blender gooien met een scheutje zonnebloemolie).
5. Voeg het vlees toe.
Roer en bak het vlees even goed tot het een mooi kleurtje heeft gekregen. Voeg eventueel een scheutje water toe (vooral als je erg mager vlees hebt).
Roer even goed door elkaar. Zet het vuur laag.
Op deze manier haal je alle smaak uit het citroengras. Voeg samen met de limoenblaadjes en salamblad toe aan de rendang en zet de pan op het laagste vuur.
Laat nu minstens 1,5 uur rustig inkoken (deze tijd hangt van de temperatuur af; hoe groot de vlam is). Zonder deksel. Zo nu en dan een keer roeren kan geen kwaad. Voeg het tweede blik kokosmelk pas toe als het meeste vocht is verdwenen.
Je zult merken dat de rendang ieder uur iets donkerder van kleur wordt: dat zien we graag! Na 4 uur in totaal is de rendang perfect:
Het is aan jou hoe ‘nat’ of ‘droog’ je jouw rendang wilt hebben. Is ‘ie te droog? Voeg nog een scheut water of kokosmelk toe. Als het vlees een beetje aan de lepel blijft plakken, is hij goed wat mij betreft. Even de citroenblaadjes, salamblad en sereh eruit halen en klaar is Kees!
Smakelijk!