
Vandaag een vegetarische maaltijdsalade. Iets wat ik eigenlijk niet zo vaak doe; maaltijdsalade. En vegetarisch.
Maar ik vond het zeker niet verkeerd. Lekker & simpel.

Vandaag een vegetarische maaltijdsalade. Iets wat ik eigenlijk niet zo vaak doe; maaltijdsalade. En vegetarisch.
Maar ik vond het zeker niet verkeerd. Lekker & simpel.
Een recept wat iedereen wel kent. Spaghetti met saus met een spekje en kaas. Een gerecht uit Lazio; een gerecht van de armen. Gemaakt van buik- of wangspek met ei en pecorino.
Een typisch Italiaans gerecht; super basic en simpel. Maar, oh-zo-lekker.
Ingrediënten voor 2 personen:

Kook de spaghetti volgens de verpakking.
Snij de ui (of sjalotjes) fijn en hak de knoflook fijn.
Snij het spek in blokjes of reepjes. Bak de spek samen met de ui en knoflook in een ruime koekenpan. Je hoeft geen olie of vet te gebruiken; dat zit al voldoende in het spek.

Bak dit geheel 5 minuutjes of midden/hoog vuur totdat alles een mooi kleurtje heeft gekregen. (De spekjes moeten niet krokant worden) Daarna kan het vuur uit.

Ondertussen ga je de 3 eieren scheiden. Die kun je doen door twee schaaltjes te pakken, het ei open te breken en langzaam het eigeel van de ene helft van de eierschaal naar het andere te verplaatsen waardoor het overtollige eiwit in een bakje valt. Bekijk deze video om een beter beeld te krijgen.
Voeg 100ml slagroom en 100gr Italiaanse kaas toe aan de eidooiers. Voeg zout en peper toe en roer even goed door.
Hak de peterselie fijn.
Giet de spaghetti af. Zet de pan met spek, ui en knoflook weer even aan totdat ze weer beginnen te bakken om vervolgens het vuur gelijk aan te zetten. (Het vuur moet nu uit omdat de pan niet te heet mag zijn als de saus toegevoegd wordt aangezien er eigeel in zit. Het eigeel kan dan te snel stollen en dan krijg je een soort roerei)
Voeg de spaghetti toe aan de spek, ui en knoflook. Voeg ook het kaas-room-mengsel toe en roer goed door.

Als laatste voeg je die peterselie toe en weer roer je het geheel goed door.
Nu is de spaghetti carbonara klaar om opgediend te worden.

Lekker met een glaasje witte wijn.
Recept geschreven door mijn broertje:
Het is alweer een tijdje geleden dat ik iets op deze blog plaatste. Dat komt doordat ik vrij weinig tijd heb de laatste tijd. Ik moet veel opdrachten voor school maken en ja ik schrik er zelf ook van dat ik er zoveel aan doe dat ik niet eens meer tijd heb voor jullie. En soms moet je gewoon even tijd maken. Dat heb ik gedaan en vandaar dat ik deze keer kom met een heerlijke frisse salsa. Deze keer niet geïnspireerd door de gerechten van het Cas Spijkers Academie, maar geïnspireerd door mijn vader. De eerste herinnering die ik aan deze salsa heb komt uit Amerika. We waren bij Gail en Joe(vrienden van s´pap en s´mam) ik was een jaar of 6 en we gingen barbecueën(denk ik). Er stond een bak met nacho chips met daarnaast een salsa. Ik zelf wist toen überhaupt niet wat een salsa was. Maar toch wist ik dat ik het heel lekker vond, totdat pap zei dat er tomaat in zat. Ik was bang voor tomaat. Ik vond het niet lekker dus mocht ik van mezelf de salsa ook niet lekker vinden. Maar sinds een jaar ben ik meer gaan eten, ook de salsa. Toen ik het weer voor de eerste keer in korte tijd had gegeten kwam die herinnering uit Amerika meteen terug. Ik schaamde me nogal dat ik het al die jaren niet heb gegeten. Maar nu ik het weer eet en proef hoe lekker hij wel niet is vind ik dat andere mensen er ook van mogen genieten.
Salsa voor 4 personen:

Haal de pitjes uit de tomaat. Hoeft niet, maar is wel het lekkerst.

Snij de knoflook fijn en snij de rest in kleinere stukken, hoeft niet perse heel fijn, en stop het in een keukenmachine(je weet wel, zo eentje met die mesjes die dan ronddraaien en dan de groentes fijn snijd). Voeg nog het sap van de limoen toe en de azijn op smaak. Zout en peper. En laat het maar draaien.

Wanneer je het een tijdje hebt laten draaien en vind dat alles fijn genoeg is, dan kan je het in een bakje doen en dan heb je een heerlijke verse salsa.

Smakelijk eten!
Een mooie combinatie; kerrie en kip. Klassiek, maar ontzettend lekker! Het is nog steeds BBQ-weer, dus vandaag heb ik weer een lekker recept voor je.
Voor dit gerecht kun je in principe iedere soort kip gebruiken. In dit geval heb ik kip-braadsticks gebruikt, maar kipfilet of pootjes kan ook prima. Maar hoe maak je hem nu zo mals? Het geheim van het eeuwenoude recept van de KFC: yoghurt of karnemelk in de marinade. Een dergelijk zuur tast namelijk de enzymen en de vezels in het vlees aan waardoor het vlees supermals wordt.
Dit moet je echt een keer proberen! Ongelofelijk lekker! (en wederom simpel)
Ingrediënten voor de supermalse kerrie kip voor op de BBQ:
Om afwas te besparen, gebruik ik vaak gewoon de plastic bak waar de kip in zit. Eerst wel even het plastic/papieren sponsje onder de kip op de bodem verwijderen.
Voeg nu flink wat zout en peper toe, gevolgd door de yoghurt, de kerrie en de cayennepoeder. Voeg tenslotte een scheutje zonnebloemolie toe.

Nu goed mengen en ongeveer een uurtje afgedekt in de koelkast bewaren.

De aardappelsalade vind je terug bij iedere BBQ. Prima, maar dan moet je het wel zelf maken. De aardappelsalade uit een bakje vind ik doorgaans erg zoet? Dit keer maak ik een rijstsalade. Als je kunt snijden en kunt mengen, kun je deze salade maken. Ontzettend simpel en lekker!
Ingrediënten voor een flinke bak rijstsalade:
Kook de rijst volgens de verpakking.
Snij ondertussen de cherrytomaatjes in kwartjes. De lente-ui in dunne plakjes. De olijven halveren en de augurken in kleine stukjes.
Zodra de rijst gaar is, laat je deze afkoelen met koud water in de pan. Even de rijst goed doorroeren (anders blijft de onderste rijst warm). Paar keer het water vervangen door nieuw koud water zodat de rijst snel koud is. Lauw kan overigens ook; sommige mensen vinden een lauw-warme salade ook lekker.
Nu is het een kwestie van alle ingrediënten toevoegen aan de rijst. (Een scheutje van het augurkensap kan wonderen doen. Voegt een ’tikkie’ zuur toe aan de salade; heerlijk!)

Even goed mengen en vervolgens op smaak brengen met wat peper.

Een lekkere salade met zomerse kleuren. Licht te verteren; dus ideaal voor bij de BBQ.
Whiskeysaus of cocktailsaus? Wat is het nou? Het is allebei goed. Alhoewel, ik zou het een cocktailsaus noemen als er geen whiskey of sherry in zou zitten. Ieder land heeft zijn eigen recept. Onmisbaar bij de BBQ! En vandaag maak ik mijn eigen versie.
Ingrediënten voor een bakje whiskeysaus:
Doe alle ingrediënten in een kom en meng goed.
Klop vervolgens wat slagroom wat genoeg zal zijn voor circa 2 eetlepels opgeklopte room. Roer deze room vervolgens door de saus. Even proeven en wellicht nog met wat zout of peper op smaak brengen.
Een paar drupjes citroensap is ook erg lekker om toe te voegen.
Weer een sausje binnen een paar minuten klaar! Net als de knoflooksaus.

Superlekkere marinade voor goede hamlappen (fricandeau) op de BBQ.
Mijn vrienden hebben het ondertussen ook ontdekt; Sriracha. Een hete Thaise chili-saus die niet te vergelijken is met de sweet chili-saus die wij in Nederland veel gebruiken. Deze saus is namelijk wél pittig. Ik gebruik hem veel voor marinade of gewoon op de spaghetti of bij de nasi. Heb je geen Sriracha in huis? Gebruik dan je favoriete sambal.
Ingrediënten voor de Sriracha hamlappen:
Ik gebruik de bak waar het vlees in zit -wat je bij de supermarkt koopt- ook om in te marineren. (haal van te voren wel even het vochtige/platic doekje wat op de bodem van de bak ligt weg).
Voeg alle ingrediënten toe.
Goed mengen en minstens een uurtje in de koelkast laten staan.
Na een tijdje kunnen ze op de BBQ. Je moet zelf een beetje voelen wanneer ze gaar zijn. Hoe lang het duurt, kan ik niet zeggen omdat ik niet weet hoe heet je BBQ is en hoe dik je hamlappen zijn. Gewoon goed in de gaten blijven houden en als je denkt dat ze goed zijn, snij je er 1 open om te checken. (Snij de dikste dan even open; dan weet je zeker dat de rest ook gewoon goed is.)
Lekker met knoflooksaus bijvoorbeeld.
Ik blijf het jammer vinden dat er maar zo weinig mensen zijn die hun eigen sausjes maken voor bij de BBQ. Het is namelijk ontzettend simpel en is gewoon te maken met ingrediënten die je vaak al in huis hebt. 3 minuutjes werk.
Ingrediënten voor een flinke bak knoflooksaus:
Doe alle ingrediënten in een potje en roer goed door. Als laatst voeg je zout en peper toe.
Geen zin in een vette saus? Gebruik dan frietsaus of slasaus. Of verander de verhouding mayo/yoghurt.
Ben je de Calvé-sausjes gewend? Dan vind je het vast lekker met een beetje poedersuiker erdoor. Verrassend lekker.
Met sausjes moet je vaak proeven om de juiste hoeveelheden krijgen. Proef je nu al knoflook? Dan hoeft er geen knoflook meer bij. Hoe langer je de saus bewaard, des te sterker de saus naar knoflook gaat smaken.
Lekker met Sriracha hamlappen!
De Tip van Teun:
Als je een potje met verse basilicum hebt, gebruik dan de toppen van de basilicum; op deze manier wordt de plant genoodzaakt om te vertakken. En zo kun je met een beetje geluk een flinke basilicumplant in je tuin krijgen.
Vorige week ging ik bij een goede vriend van me eten. Samen kokkerellen is altijd leuker dan alleen. Feit. Ik mocht een stuk varkensnek meenemen van mijn ouders die ze nog overhadden en onderweg naar de supermarkt konden we bedenken wat het zou worden. Een dergelijk stuk vlees (procureur) kun je op verschillende manieren bereiden. Het liefst had ik hem kort aangebakken in een pan om hem vervolgens urenlang te laten garen in de oven op een lage temperatuur.
Dat zat er dit keer niet in; daar hadden we te weinig tijd voor. Maar uiteindelijk heeft het ons hartstikke goed gesmaakt en ga ik dit zeker nog eens vaker klaarmaken.
Ingrediënten gegrilde varkenslappen met groene groente: (voor 4 flinke eters) printversie hier
Voor de marinade van het vlees:
1. Snij het vlees in varkenslappen. (Tenzij je al varkenslappen hebt gehaald, natuurlijk)

2. Voeg alle ingrediënten van de marinade toe en laat het liefst een uurtje in de koelkast staan.

3. Maak ondertussen de sugersnaps schoon.

4. Voeg kokend water toe aan de sugersnaps en laat die wat gaar worden. (Ze worden anders niet goed gaar in de pan).
5. Was de komkommer en de paksoi. Snij de komkommer open en haal met een lepel de zaadlijsten eruit. Snij vervolgens in ‘reepjes’ van 1cm. Snij de paksoi in grove stukken en snipper een sjalotje.
6. Zet ondertussen een pan met water op het vuur.
7. Pak een grote koekenpan of wok en bak daarin het sjalotje.

8. Even aanfruiten is voldoende. Voeg nu de paksoi toe en bak aan op hoog vuur.

9. Voeg na zo’n 5 minuten de sugersnaps toe. En bak alles even goed aan. Zodra je merkt dat de paksoi gaar is, zet je het vuur laag. Voeg flink wat zout en peper toe aan de groente.
10. Kook ondertussen de mie of rijst volgens de verpakking en zet de contactgrill aan of je grillpan op het vuur.

Door de olie in de marinade en vanwege het feit dat het vlees al vet van zichzelf is, is het niet nodig om extra boter of olie toe te voegen bij het grillen van het vlees.
11. Zodra de rijst of mie klaar is en het vlees ook, zet je de groente nog even op hoog vuur en voeg je de komkommer toe met wat scheuten oestersaus. (De komkommer voeg je als laatst toe zodat je de ‘bite’ van de komkommer niet verliest. Ze hebben dus maar kort hitte nodig).
Alles klaar? Opdienen maar.

Lekker met wat pindasaus. Of kroepoek. Of augurk. Sambal. Sriracha. Verzin maar wat.
Smakelijk eten!
Miljoenen Indiërs eten het iedere dag; Chapati. Brood wat traditioneel gemaakt wordt van ‘atta’. Atta is Indiaas volkoren meel. Maar we kunnen ze ook gewoon van Nederlands volkoren meel maken.
Onwijs goedkoop, lekker en vooral simpel om te bereiden.
Ingrediënten voor 6 chapati’s: (printversie hier)
1. Meng het meel en zout in een ruime mengkom en maak een ‘kuiltje’ voor het water.

2. Schenk water in het kuiltje. (Niet alles tegelijk. Eerst 1.5 deciliter). Goed kneden.

3. Voeg daarna nog extra water toe als het deeg nog niet stevig genoeg is. Goed kneden; gebruik je handen. Uiteindelijk hebben wij de volle 2 deciliter gebruikt. Maar dat hangt ook af van wat voor soort meel je hebt. Blijf dus goed kneden en voelen.

4. Het deeg moet niet meer aan je handen plakken. Uiteindelijk wil je een stevig en elastisch deeg.
5. Maak een grote bal van het deeg en doe het terug in de kom. Dek af met een vochtige theedoek en laat 20 minuten rusten.

6. Maak na 20 minuten 6 balletjes en rol deze over een schoon oppervlak met wat meel uit tot pannenkoeken. Of iets wat daar enigszins op lijkt.
7. Pak een koekenpan met een vlak oppervlak en bak de chapati’s op heet vuur (zonder olie). Keer ze om zodra er bruine vlekken op de onderkant komen.

Als de chapati’s zichzelf vullen met stoom, is dat een goed teken. Zodra de onderkant ook wat bruine vlekken heeft en/of licht goudbruin is, weet je dat hij goed is.
8. Pak een klein kommetje voor een scheutje zonnebloemolie. Gebruik de bolle rug van een lepel om de chapati’s heel licht in te smeren met de zonnebloemolie. Nu zijn ze klaar om te serveren.
De chapati’s warm bewaren? Aluminiumfolie does the trick.

Heerlijk met de Indiase pittige champignons in yoghurtsaus, bijvoorbeeld.