Een van mijn favoriete sausjes: de Vietnamese dipsaus ‘nước chấm’. Dit sausje kun je eigenlijk overal wel terugvinden op een plastic tafeltje bij een tentje waar je heerlijk street food kunt halen. Een supersimpel sausje die alles gewoon wat lekkerder kan maken. Het zoete van de suiker, het zilte van de vissaus, het zure van de limoen, de aroma van de knoflook en de pit van het pepertje: dit is gewoon genieten. Echt genieten!
Wat heb je nodig voor de Vietnamese dipsaus?
- 2 el suiker
- 2 el vissaus
- 10 el water
- 1 teentje knoflook
- 2 el limoensap
- 2 rawit/lombok pepertjes (Spaanse peper kan ook gewoon)
1. Haal de zaadjes uit het pepertje.
Snij het pepertje samen met de knoflook fijn.
2. Doe alle ingrediënten in een bakje en roer tot de suiker is opgelost.
3. Pers nu het sap uit de halve limoen, snij een paar stukjes vruchtvlees eruit en voeg dit toe aan de dipsaus.
Nog even roeren.
Klaar! Breng eventueel nog verder op smaak door een van de ingrediënten er nog aan toe te voegen (weet wel dat het even duurt voordat de knoflook goed tot zijn recht komt. Hetzelfde geldt voor het pepertje.)
Lekker over je salade, rijst, vlees, loempia, noedels, Vietnamese broodjes, Vietnamese pannenkoeken; over alles. Ook lekker over andere saus 🙂
De foto’s zijn gemaakt door Tijn Schmitz in de kookstudio van Sjef Kok.
Welke sausje behoort tot jouw favorieten? Laat het me hieronder bij de reacties of via Facebook weten. Wie weet plaats ik dan binnenkort ook jouw recept! Like Puur Eten op Facebook voor nog meer lekkers uit de Vietnamese keuken.

3. Vet het bakblik in met wat boter.
4. Leg het deeg voorzichtig in de vorm. Til de zijkant wat op en zorg dat de bodem goede aansluiting heeft tot aan de zijkant. Daarna druk je ook zachtjes de zijkant wat aan. Met de achterkant van je mes kun je voorzichtig het overtollige deeg wegsnijden.
5. Prik wat gaatjes in de bodem en dek af met een theedoek. Of: bak het deeg eventueel 
Plaats ze in een ruime mengkom en prak ze fijn met een stamppotstamper.
7. Voeg de boter toe. Roer. Voeg de suiker toe. Roer. Voeg de eieren toe.
Roer. Voeg de nootmuskaat, kaneel en vanille-aroma toe.
Roer nog een minuutje.
Zet voor 45 minuten in de oven.
Je zult zien dat de taart, zodra het afkoelt, wat zal inzakken en dat is prima. Heerlijk met een toefje slagroom of wat poedersuiker.
Smakelijk!

3. Laat de spinazie uitlekken in een vergiet. Verkruimel ondertussen de feta, snij de bosuitjes fijn (ik snij meestal 1 cm van beide uiteinden af; het groene deel kun je ook prima gebruiken) en hak je de dille fijn.
4. Op een middelmatig vuur verhit je de bosui met de knoflook. Blijf goed roeren (de bosui en knoflook moeten geen ander kleurtje krijgen).
Na een paar minuutjes voeg je de spinazie toe met de feta kaas en dille.
Zet het vuur uit en meng alles goed door elkaar. Maak op smaak met wat zout en peper.
5. Verwarm de oven voor op 200°C.
Leg nu wat van de vulling onder op het deeg een beetje in vorm van een driehoek, zoals je ziet op de foto, en zorg ervoor dat je de randjes wat vrij laat.
Vouw nu verder omhoog zodat je de driehoek blijft houden. Van links onder naar rechts boven. Van rechtsonder naar linksboven. Druk het deeg op de zijkanten wat aan met je vinger.
Leg je spanakopita hapje met de mooiste kant omhoog op bakpapier in een ovenschaal of ovenrek. Bestrijk eventueel de bovenkant nog wat met een beetje olijfolie.
Rasp de komkommer (grof) en laat uitlekken in een vergiet. (Eventueel de geraspte komkommer afdeppen met keukenpapier.)
3. In een wat ruime schaal doe je de Griekse yoghurt waarna je alle overige ingrediënten toevoegt.
Even roeren. Even proeven. Even op smaak brengen met wat zout en peper. Klaar. En dan zijn komen dadelijk de spanakopita hapjes uit de oven. Het liefst warm nuttigen en dippen in die heerlijke tzatziki. (Koud kan ook, alleen dan is de knapperigheid er grotendeels wel van af.)


Wat heb je nodig?
2. Schil de cassave.
De kaasschaaf is hierbij je vriend. Snij de cassave in lange repen om ze vervolgens als dikke Vlaamse frieten te snijden. Kook de cassave in ruim kokend water voor ongeveer 20 minuutjes (zelf even op gaarheid controleren. Het voelt in je mond aan als een soort romige, kruimige aardappel). Giet af.
Weer even goed roeren. Pers er een halve limoen over uit.
Roer. Laat paar minuutjes zachtjes pruttelen. Voeg als laatste de fijngehakte selderij toe.
Proef. Breng eventueel op smaak met zout & peper. Klaar.
Smakelijk eten!






























Meng in een kom het amandelmeel, de bloem, suiker en roomboter. Het deeg moet kruimelig blijven. Als het te veel een bol vormt, dan doe je er nog wat bloem bij, blijft het te droog, wat extra boter. Op het laatst voeg je ook het amandelschaafsel toe. De kruisbessen zijn gebakken in een pan die ook de oven in kan. Als je deze niet hebt, gebruik een taartvorm. Strooi de kruimels over de kruisbessen, zodat deze mooi bedekt zijn.
Zet de crumble ongeveer 20 minuten in de oven, totdat de kruimels goudbruin zijn geworden. Heerlijk met wat griekse yoghurt, gemengd met honing en walnoten.

3. Fruit de lente-ui samen met de blaadjes van 4 takjes tijm in het resterende vet en olijfolie (van het bakken van de kip).
4. Met een beetje gevoel blus je het geheel af met een paar flinke scheuten witte wijn. Zet gelijk daarna het vuur uit.
6. Dek de ovenschaal goed af met aluminiumfolie. 1,5 uur in de oven.
Na 1,5 uur is de kip klaar. De smaak werd erg versterkt en verrijkt door de tijm, knoflook en wijn.
Stukje brood er bij en dippen maar! Heerlijk!





